Cunnigham, zeldzaam, duur en nooit 'in het wild' waarneembaar

15 November 2009 19:34 reageer
Al46_klassiek_foto
Zijn uiterlijk was met zijn dubbele witte strepen, zogenaamde ‘go faster stripes’, op zijn minst spectaculair te noemen.

Briggs Swift Cunningham was een zoon van goede huize die een groot deel van zijn fortuin in automobielen stak. Hij racete in Le Mans met auto’s van zijn eigen merk met gemengd succes. De auto’s hadden meestal een Chrysler V8-motor, maar in 1954 reed een Cunningham met een Ferrari-motor mee in Le Mans en in 1955 met een viercilinder Meyer Drake-motor. Die wagen viel echter voortijdig uit.

De eerste in de serie race-wagens van Cunnigham was de C1, aangedreven door een Chryslermotor en gematteerd met een buisvormig chassis. De C1 was bedoeld voor gebruik op de weg maar er werd slechts één exemplaar van gemaakt. De C2 werd geïntroduceerd in 1952 nadat Cunningham een jaar eerder met een van de drie ingezette wagens als achttiende in Le Mans finishte.

Cunnigham Roadster
In Florida bouwde men onder de aanduiding C2 roadsters naar model van de Le Mans-auto’s. De wagen werd uitgerust met een V8-motor met 272 pk of een V8-motor met 310 pk. De C2 Roadsters behaalden hierdoor een maximale snelheid van ver boven de 200 kilometer per uur. De carrosserie bestond uit een aluminium op een buizenchassis. In 1952 werd één wagen vierde en de versie voor de verkoop noemde men C-4R. In 1954 volgde de C-5R, wederom met een Chrysler Hemi V8 onder de kap. De transmissie was van Siata. In 1955 verscheen de laatste telg, de C-6R met een Meyer-Drake viercilinder. De C2 Roadster werd tot 1955 als roadster gemaakt. Hoeveel? Dat is niet bekend.

Cunnigham C3 Continental
In 1953 besloot Cunningham voor de C3 de coupé te laten ontwerpen door Giovanni Michelotti en de carrosserie door Carrozzeria Vignale. Deze schitterende sportwagen had een aluminium body, als afzonderlijk chassis, een tweedeur hardtop en werd ook in Italië gebouwd. De ovale grille sprak de ontwerpers van het merk Nash zo aan dat ze hem maar kopieerden voor hun eigen auto’s. De motor was weer een Chrysler V8 maar ditmaal niet zo extreem opgepept als in de roadster; deze motor had ‘slechts’ een capaciteit van 223 pk en de topsnelheid lag met 190 kilometer per uur dan ook beduidend lager. Hij kostte echter driemaal zoveel als een Corvette. Voor de Cunnigham C3 legden klanten tussen de 10.000 Dollar en 11.500 Dollar op tafel. Zijn uiterlijk was met zijn dubbele witte strepen, de zogenaamde ‘go faster stripes’, op zijn minst spectaculair te noemen. Hiermee werd de Cunnigham trendsetter; wit en blauw werden de nationale racekleur van Amerika. De Shelby’s, de Cobra Daytona’s, etc., namen aan het begin jaren van de jaren zestig maar al te graag deze strepen over in hun design want men zou er psychisch, mentaal en tussen de oren sneller door rijden. De Cunnigham C3 Continental werd echter geen succes. Er werden er slechts 26 van verkocht. In 1954 stopte men al met het bouwen van de Cunnigham C3 Continental.

reacties

Plaats een reactie

14-daagse column 'in de spits'


Spinner

Meest actief in regio Limburg

  • Limburgse_leeuw
  • No_photo
  • No_photo
  • No_photo
  • No_photo
  • No_photo
  • 2008_0423image0010
  • Edwardlaadtampera

Meer actieve leden »