Allard, boekte opmerkelijke successen bij races
Sidney Allard bouwde aanvankelijk sportwagens voor terreinritten en na de oorlog personenwagens met Amerikaanse V8-motoren. Aangezien de markt voor zijn producten slechts heel klein was, bouwde Allard, zelf een succesvolle rally-rijder, ook nog kleine driewieler bestelwagentjes om aan de kost te komen. In de tweede helft van de jaren vijftig probeerde de firma in Clapham het nog met tourwagens met een Jaguar-motor.
Al in 1946 was Allard terug op de markt met een sportwagen, de Kl. Deze werd aangedreven door een Ford V8-motor. Nadat er ruim 150 stuks van verkocht waren, volgde in 1950, de op zijn voorganger lijkende Allard K2, die zowel door een Ford-blok als door een iets sterkere Mercury V8-krachtbron aangedreven werd. De neus was meer gestroomlijnd dan de eerste versie en er was een kofferruimte gekomen. In de VS was de auto eveneens met een Cadillac-motor verkrijgbaar. Standaard zat de Ford Pilot V8 met 96 pk nog onder de motorkap. De maximale snelheid bedroeg 160 kilometer per uur. Latere versies hadden weer een andere grille en bumper. De afwerking en uitrusting waren duidelijk verbeterd. Voor de VS, de belangrijkste markt voor Allard, kregen de exportversies motoren van Cadillac of Chrysler. Dat maakte deze Allard tot een veel interessantere auto. De bijzondere vormgeving was er debet aan dat deze wagen prachtig of oerlelijk werd gevonden. Snel waren ze wel. Van de K2 werd tot 1952, 119 exemplaren gemaakt.
Allard P1
In 1949 verscheen Allard met een gesloten sportwagen, de Allard P1. Die bood plaats aan vier personen. Het werd het meest verkochte Allard-model. Toen Sidney Allard zelf met zo’n wagen in 1952 de rally van Monte Carlo won, was dit een reuze publiciteit. De meeste P1’s werden met een Mercury V8-motor met 115 pk geleverd maar de goede oude Ford V8-motor stond ook nog steeds ter beschikking. De topsnelheid werd hiermee 145 kilometer per uur. De P2 werd geen succes. Slechts 11 exemplaren werden gebouwd.
Allard J2X
In 1951 kwam de Allard J2X op de markt. Deze roadster was voorzien van V8-motor met 160 pk en behaalde een maximale snelheid van 200 kilometer per uur. De wagen had een aluminium op buizenchassis. Tot 1953 rolde er 83 exemplaren van de productieband. In 1981 kwam de eerste replica van de Allard J2X uit een Amerikaanse werkplaats. De wagen heette nu Allard J2X2 en verschilde van het origineel alleen in de maten van zijn wielen. De Amerikanen wilden er 250 stuks van bouwen; dat was viermaal zoveel als Sidney Allard er zelf maakte. Dat de wagen nagebouwd werd, was geen wonder. Want de J2X was een prachtige sportwagen die in races niet te verslaan was. De wagens hadden altijd een V8-motor en meestal een van Cadillac.
Allard M2X
Nadat de Allard P1 voor Sidney Allard zo’n succes geworden was, besloot hij in 1951 een cabrioletuitvoering van de wagen op de markt te brengen. Deze wagen had eveneens een V8-motor met 91 pk en behaalde de maximale snelheid van 145 kilometer per uur. De wagen had net zoals zijn voorganger een aluminium op buizenchassis. Het bleek echter dat de wereld niet direct op de Allard M2X wachtte. De verkoopscijfers waren bedroevend. De wagen kon met Cadillac-, Ford-, Mercury- en Chrysler V8-motoren geleverd worden, maar de meeste Allard-klanten kozen er een van Ford. De M2X had een wielbasis van 254 cm en woog, schoon aan de haak, 915 kilogram. De wagen bleef één jaar in productie; er werden 25 stuks van gemaakt. Daarna ging het snel bergafwaarts. In 1960 sloot Allard uiteindelijk zijn poorten.













moet controleren:)